woensdag 18 september 2013

2 films met de prrr van prachtig


Met de koelbloedigheid van een sombere huurling begint literatuurleraar Henry Barthes (Adrien Brody) aan zijn zoveelste tijdelijke betrekking, deze keer in een probleemschool in New York.
detachment
Al is kutschool een betere omschrijving: in de klaslokalen hangt een sfeer van agressie, de studenten staan de uitgebluste leerkrachten uit te kafferen waar ze bijstaan, de directrice (Marcia Gay Harden) zit op de schopstoel, een passerende inspecteur maakt zich zorgen over de ineenstortende vastgoedprijzen in de buurt van de school, op het maandelijkse oudercontact daagt geen enkele ouder op, en in de gangen heerst een dreigende, laaghangende zwaarmoedigheid.
Zelf maakt Henry een opvallend onthechte indruk - alsof hij zijn hart en zijn ziel al lang geleden heeft ingekapseld. Na een nachtelijke confrontatie met een piepjong straathoertje (de verbluffendeSami Gayle) begint zijn versteende façade barsten te vertonen, en ineens neemt hij een besluit: hij begint zich te bekommeren.
Verwacht nu géén hartverheffend 'De leraar redt!'-drama, waarbij een bevlogen schoolfrik zijn leerlingen middels zinderende speeches tot grootse daden weet te inspireren, zoals in ‘Dangerous Minds’, ‘Stand and Deliver’ en ‘Coach Carter’.
‘Detachment’ is - u weze gewaarschuwd – een door-en-door-bittere, bijna ondraaglijk sombere film, die een fucking troosteloos beeld ophangt van het Amerikaanse schoolwezen.
Naast de indrukwekkende, ultra-ingetogen vertolking van Brody springt vooral de losse visuele aanpak van regisseur Tony Kaye (‘American History X’) in het oog: zijn stijl is hard-realistisch, maar de geanimeerde krijtbordtekeningen die zo nu en dan opduiken en de prachtige dialogen geven aan de film dan weer een verrassende poëtische touch, waardoor ‘Detachment’ op een vreemde manier tussen rauwe documentaire en ijle droom lijkt te fladderen.
You are the victims of a marketing holocaust!’ hoorden we Barthes op een bepaald moment tegen zijn studenten briesen, en we konden alleen maar denken: die is raak.



Ontmoet Borgman. U zult hem nooit meer vergeten.
Borgman
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
We zweren het u: de nacht nadat we in de bioscoop hadden kennisgemaakt met Camiel Borgman, is hij ons huis binnengedrongen. We hoorden hem beneden ronddwalen, we hoorden hem de trap opkomen (Krrr! Krrr!), en we hoorden hoe hij zijn hand op de klink van de slaapkamerdeur legde. Roerloos bleef hij in de deur naar ons staan kijken, terwijl wij krampachtig deden of we sliepen. En toen werden we wakker: drijfnat van het zweet, steenkoud tot op het bot en met de daver op het lijf.
Zo is Borgman: eerst zorgt hij dat je licht beduusd en ontregeld de donkere zaal uitschuifelt, en vervolgens baant hij zich een weg naar de diepste krochten van je onderbewustzijn, waar hij het zich gemakkelijk maakt en nog heel lang blijft zitten – u weze gewaarschuwd. De openingsscènes van ‘Borgman’ zijn even briljant als bevreemdend: een met een dubbelloopsgeweer rondzwaaiende priester, twee met bijlen en spiezen bewapende heethoofden en een roedel nijdige jachthonden kammen de bossen uit, waardoor Borgman (de schitterendeJan Bijvoet) zich genoodzaakt ziet om zijn hol onder de grond halsoverkop te verlaten.
Enigszins verwilderd – hoe zou ú eruitzien na een verlengd verblijf in een zelfgegraven boskuil – belt hij aan bij de familie Van Schendel, met de vraag of hij in hun luxevilla een bad mag nemen (‘Ik ben vies’). De heer des huizes (Jeroen Perceval) slaat hem verrot, maar even later belt Borgman opnieuw aan en deze keer werkt hij zich autoritair naar binnen, om vervolgens zijn donkere magie op het gezin – dat verder bestaat uit drie kinderen en een Deense nanny – los te laten. Is Borgman een sekteleider, een rattenvanger, een demon of een injecteerder van nachtmerries?
Regisseur en scenarist Alex van Warmerdam weigert het aan uw neus te hangen, maar zo is het net goed: de kracht van deze film, de reden waarom hij als een griezelige vrieskou in de botten blijft hangen, ligt net in het feit dat je nooit echt greep op het hoofdpersonage krijgt, en in de onbestemde dreiging die hij uitstraalt. Van Warmerdam – zichzelf hier als cineast majestueus overstijgend, en hij wás al zo uniek – heeft namelijk begrepen dat er niets verontrustender bestaat dan het onbekende, het onverklaarde.
In ‘Borgman’ laat hij zijn voorliefde voor droogkomische humor, die hij eerder botvierde in onder meer ‘Ober’, ‘Kleine Teun’ en ‘De laatste dagen van Emma Blank’, meesterlijk samensmelten met een onbehaaglijke, aan de films van David Lynch en Michael Haneke herinnerende atmosfeer – zoals in dat magnifieke, onwaarschijnlijk grappige, door en door macabere, bijna surrealistische onderwatertableau (we gaan er verder niets over vertellen, behalve dan dat Gène Bervoets erbij betrokken is).
Alleen al voor dat ene briljante shot zou u moeten gaan kijken. Het enige minpuntje is dat het verhaal in de tweede helft een tikkeltje begint te slepen – het zal Borgman niet tegenhouden om ook in uw dromen te komen rondwaren.
Beide recensie zijn van de hand van Erik Stockman, filmrecensent bij weekblad Humo.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten